Dit emailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft javascript nodig om het te kunnen bekijken
Tel: 088 0200 300
Voor de diagnostiek van dyslexie volgt Cedin de visie op diagnostiek van de Stichting Dyslexie Nederland (SDN). Het diagnostiekbeleid is opgesteld volgens de brochure van de SDN "Diagnose van dyslexie" (2004). De SDN volgt het begrippenkader van de World Health Organization.
Een voorwaarde om dyslexie vast te kunnen stellen is dat de begeleider het kind daadwerkelijk moet hebben gezien, dus een deel van het onderzoek zelf moet hebben uitgevoerd. Dit geldt voor alle mogelijke vormen van begeleiding of onderzoek die binnen Cedin worden gehanteerd (HGPD, CLB, consultatie etc.).
Vanaf 1 janauri 2009 is de financiering van diagnose en behandeling van ernstige dyslexie bij kinderen in het particuliere basispakket van de zorgverzekering opgenomen. Vergoeding van diagnose en behandeling is vanaf 1 januari 2009 een zaak tussen ouders en zorgverzekeringen. Neemt u gerust contact op met Cedin om te bespreken wat Cedin voor u kan doen. Cedin is aangesloten bij ONL en gaat per 1 januari 2010 beginnen met het behandelen van dyslexie. Lees meer...
Wat is dyslexie?
De SDN hanteert de volgende definitie voor dyslexie: "Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau."
Wanneer is er sprake van dyslexie?
De volgende criteria moeten gehanteerd worden om te beoordelen of er sprake is van dyslexie:
-
Het criterium van achterstand: het vaardigheidsniveau van lezen op woordniveau en/of spelling ligt significant onder hetgeen van het individu, gegeven diens leeftijd en omstandigheden, gevraagd wordt (gerefereerd aan de meest recente didactische niveaubepaling).
-
Het criterium van de didactische resistentie: het probleem in het aanleren en toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau blijft bestaan, ook wanneer voorzien wordt in adequate remediërende instructie en oefening (een taakgerichte aanpak en zorgvuldige protocollering).
Bij de beoordeling van het eerste criterium gaat Cedin er vanuit dat bij een leerling met gemiddelde prestaties op andere vakgebieden dan technisch lezen en/of spellen sprake moet zijn van een significante achterstand bij technisch lezen en/of spellen. Dit betekent dat de leerling op meerdere meetmomenten (2 tot 3 meetmomenten, over een periode van 1 jaar) E-scores behaalt. De leerling behoort daarmee tot de 10% laagst scorende leerlingen.
Onder de in het eerste criterium genoemde omstandigheden wordt de situatie verstaan waarin de leerling zijn lees- en spellingvaardigheid functioneel moet toepassen. Dit betekent concreet dat een leerling die in het basisonderwijs niet dyslectisch is, dit in het voortgezet onderwijs wel kan zijn, omdat die omgeving andere vaardigheden verwacht, bijvoorbeeld doordat de leerling in een hoge stroom zit en/of doordat hij vreemde talen krijgt.
Om het tweede criterium te kunnen toetsen is informatie over de inhoud, frequentie en duur van de extra hulp noodzakelijk. Deze informatie moet gedetailleerd staan beschreven in een handelingsplan.
Diagnostische onderzoek
Een diagnostisch onderzoek betreft dus niet alleen het vaststellen van de twee bovenstaande onderkennende criteria, maar ook verder onderzoek om dyslexie van andere oorzaken/verklaringen te kunnen onderscheiden. Hiertoe dient de verklarende diagnostiek. Het onderzoek naar een dyslexie typerend cognitief profiel richt zich op de volgende vaardigheden: - Fonologische verwerking, snelheid en accuratesse - Grafeem-foneemassociatie, snelheid en accuratesse - Snel serieel benoemen, cijfers en letters - Erfelijkheid is tevens een verklarende factor.
Een score bij de laagste 10% op 2 van de 6 indicatoren is een positieve indicatie voor dyslexie. NB: De toetsbatterij is momenteel nog niet compleet. Alle toetsen die beschikbaar zijn worden door Cedin afgenomen.
Informatie
Alie Spreen,
Dit emailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft javascript nodig om het te kunnen bekijken
Tel: 088 0200 300